Een roman om in te verdwijnen als het buiten koud is
De roman speelt zich af in de winter van 1961-1962 op het platteland in het Westen van Engeland. We maken kennis met twee pas getrouwde koppels: de plaatselijke dokter, Eric en zijn vrouw Irene, en de Londenaar Bill, die een veeboerderij gekocht heeft, en zijn vrouw Rita. De vrouwen, die beide zwanger zijn, worden vrienden, maar verder is het niet allemaal koek en ei tussen de koppels. Bovendien krijgt Engeland dan de koudste winter van de eeuw te verduren dat het land tot stilstand komt en de problemen van de personages escaleren. Het boek geeft een prachtige evocatie van de vroege jaren 60: de oorlog zit nog vers in het geheugen, de swinging sixties zijn er nog niet, vrouwen blijven gewoon thuis, maar er zijn wel al de eerste sporen van vernieuwing en van de oprukkende consumptiemaatschappij. Miller schrijft ook heel poëtisch over de winter van "the big freeze" zoals die bekend staat in Engeland, je krijgt een blik op een mooi, mysterieus maar ook vervreemdend landschap. Een ideale roman voor tijdens de Kerstdagen dus.