Een eigen plek in Gods bibliotheek
Sommige auteurs hebben maar één of twee boeken nodig om een volstrekt eigen plek in de literatuur op te eisen. Dat is ook het geval voor de Roemeens-Zwitserse Aglaja Veteranyi (1962-2002). Na haar succesvolle debuut Waarom het kind in de polenta kookt uit 1999 verscheen na haar dood in 2002 haar tweede en meteen ook laatste boek Het schap met de laatste ademhalingen. Een boek over de aftakeling en de dood van haar tante, een vrouw van wie Veteranyi meer hield dan van haar eigen moeder.
Terwijl haar debuut onder meer draaide rond haar verstoorde relatie met haar moeder, is Het schap met de laatste ademhalingen vooral opgebouwd rond het sterfbed en de dood van haar tante. Wat blijft er en wat verdwijnt er? Hoe gaat de omgeving om met iemand die sterft? Die vragen. Maar de moeizame, getroebleerde verhouding met de moeder is ook hier nooit ver weg. Zo schrijft ze bijvoorbeeld: "Mijn moeder is net zo mooi als Bambi, het hertje. Ik kan niet van haar houden, alleen naar haar kijken." Of nog: "Mijn moeder en ik deelden geen taal met elkaar. Alleen woorden." Of in een van de meest treffende passages van het boek:
"Ik doodde mezelf dagelijks, hing me op aan de radiator of bungelde aan het balkon, lag uiteengereten op het spoor, stikte in een plastic zak of trok net zo lang aan mijn tong tot alles eruit kwam. Ik stierf aan de duisternis, de zomer, het verdriet of aan een uitgerekte huid. Ik stierf vooral aan mijn moeder, die uit mijn gezicht groeide."
Wie op zoek is naar een roman met een klassieke verhaallijn of een netjes opgebouwd plot, zoekt misschien best even verder. Veteranyi schrijft in een vrij grillige stroom van losse associaties en beelden. Die stroom gaat dus zelden van a naar b en is van stijl afwisselend beschrijvend, rauw, ontroerend, geestig, poëtisch, enz… Soms is het als lezer wat zoeken naar houvast in de staccato opeenvolging van zinnen en beelden, maar telkens opnieuw slaagt Veteranyi erin om je bij de les te houden met een treffend beeld, zoals: "Het liedje klonk als een verwelkt blaadje dat je tussen je vingers fijnwrijft", of met een kwinkslag zoals: "Zwitserland is heel mooi, maar zelfs met je ogen knipperen kost er geld."
Ook de passage die de titel van het boek verklaart, is treffend. Het idee is dat iedere dode zijn laatste ademhaling naar God brengt. "In die ademhaling kan God het leven van die persoon lezen als in een boek. Gods bibliotheek is een schap vol ademhalingen."
De onvergelijkbare stijl van Veteranyi is moeilijk los te zien van haar persoonlijke levensverhaal. Ze werd in 1962 in Boekarest geboren in een familie van rondreizende circusartiesten die in 1967 het land zijn ontvlucht om aan Ceaușescu te ontsnappen. Het gezin kreeg asiel in Zwitserland en zwierf vervolgens jarenlang door Europa, Afrika en Zuid-Amerika. Door dat nomadische bestaan bleef Veteranyi tot haar 17de analfabeet en heeft ze nooit leren schrijven in haar moedertaal. Na haar terugkeer naar Zwitsterland in 1978 leerde Veteranyi zichzelf Duits lezen en schrijven.
In 1999 publiceerde ze Waarom het kind in de polenta kookt. Het leverde Veteranyi internationale erkenning op. Maar nog voor het verschijnen van haar tweede boek in 2002 verdonk ze zichzelf in het Meer van Zürich. Bij zo’n tragische vroegtijdige dood is de verleiding groot om het literaire werk door de lens van die zelfdoding te bekijken. Maar vertaalster Josephine Rijnaarts verwijst in haar nawoord terecht naar de woorden van criticus Werner Morlang die geneigd was om het leven van Veteranyi als "een regelrecht succesverhaal te beschouwen", namelijk het verhaal van een ongeschoold en ongeletterd meisje dat zich vastberaden de taal eigen maakte en succes en erkenning kreeg als schrijfster.
Net zoals je de stem van Amy Winehouse meteen herkent en net zoals je bij een film na een paar scènes de hand van regisseur David Lynch opmerkt, zo kan je zeggen dat je eigenlijk maar een paar zinnen of pagina’s nodig hebt om de unieke vertelstem van Veteranyi te herkennen. De bepekte omvang van haar oeuvre doet daarbij niets af aan het feit dat ze voor zichzelf een uniek hoekje in de Europese literatuur heeft uitgehouwen.