Menu

De Zomer van Thomas Berg - interview met Jo Claes

Al van bij het verschijnen van het eerste boek, De Zaak Torfs, over inspecteur Thomas Berg verwierf Jo Claes grote aanhang in Leuven en tot ver daarbuiten met zijn misdaadromans. Sindsdien volgen volle zalen bij boekpresentaties elkaar op. Zo is op zaterdag 30 september de Schouwburg tot de nok gevuld voor 10 jaar Thomas Berg en de lancering van een nieuwe roman. Niet met de minsten, Rudi Vranckx is een grote fan van zijn werk en brengt een lofrede. Ook Noémie Schellens, Leuvense stadssoprane, is van de partij.

Tijdens de zomermaanden kun je Leuven leren kennen door de ogen van Thomas Berg tijdens één van de geleide wandelingen van de Leuvense Gidsenbond. Er loopt ook een Thomas Berg-quiz.

Om ons al wat voor te bereiden klopten we bij auteur Jo Claes aan met enkele vragen.

Herinner je je eerste leeservaring nog?
Och, lieve god. Hoe heette dat nu weer: Twee jongens voor één wolvinnetje? Een verhaal dat zich afspeelde In de prehistorie en de ijzertijd.  En Kruistocht in Spijkerbroek van Thea Beckman. Ik las vooral historische verhalen. Ook de boeken van de Rode Ridder van Leopold Vermeire behoorden tot mijn favorieten. En Aster Berkhof!.

Heb je een favoriet boek?
Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden. Ik lees enorm veel. Het is als vragen aan een ouder wie zijn geliefkoosd kind is.

Door wie werd je geïnspireerd?
Wie mij daartoe heeft aangezet om veel te lezen? Dat zit er volgens mij in of niet. Er zijn geen speciale trucs voor. Je wordt geboren met zin om te lezen, zoals je geboren wordt met zin om te schrijven. Je kunt het wel stimuleren natuurlijk. Als je aan een kind ziet dat het graag leest, neem het op sleeptouw naar de bib, de boekenbeurs, een jeugdboekenwinkel. Geef het boeken als verjaardagscadeau en haal ze in huis.

Je staat zelf in het onderwijs. Hoe daag je je leerlingen uit om te lezen. Werk je met leeslijsten?
Ik doe de twee. Ik zorg voor een leeslijst waaruit ze kunnen kiezen en ik vraag hen om een boekhandel of bibliotheek binnen te stappen en een boek te kiezen op basis van cover, titel, achterblad en de eerste bladzijde.
Het blijft natuurlijk een uitdaging, maar dat is altijd al zo geweest. Al waren er vroeger minder alternatieven. Nu tornt lezen op tegen het internet, games, 200 TV-zenders.  Er is meer afleiding, verleiding. De concurrentie is groter.

Lees je zelf veel?
Ik ben een veellezer, maar wel minder dan vroeger. Momenteel combineer ik twee banen, als leerkracht en schrijver. Tijd om veel te lezen staat zo onder druk.

Wat lees je liefst?
Ik lees zowel fictie als non-fictie. Maar toch meestal moderne romans. En af en toe een misdaadroman, maar daar ben ik al genoeg mee bezig. Een van mijn favoriete auteurs in dat genre is Jo Nesbo, waarvan deze maand een nieuw boek verschijnt.
Voor mij zijn  stijl, het onderwerp en een plot belangrijk. Ik ben niet iemand die uren na elkaar Proust kan lezen.

Waar lees je?
Meestal thuis. Waar ik lees hangt van het seizoen af. In de zomer hier op terras en anders in de woonkamer, nooit in bed.
Het gebeurt wel eens dat ik in de stad rondloop en dat ik een boek dat ik net gekocht heb op een terras in Leuven begin te lezen. Maar niet in het park op een bank. Ik snap wel dat mensen dat doen die geen tuin hebben thuis. Eén van mijn dochters gaat vaak op grasplein bij haar in de buurt lezen.
 
Leuvense leesplekken kun je op deze leescommunity ontdekken.

Waar ga je zelf boeken halen?
Ik heb niet meteen een favoriete boekhandel. Ik kom zowel in de Fnac, de Standaard, Plato,  Barbóék, Boekarest, … Ik heb geen speciale voorkeur. Eigenlijk kan ik geen boekhandel passeren zonder er binnen te gaan. Het is sterker dan mezelf. Als ik ergens in een stad kom zoek ik altijd een antiquariaat. Ik ben een gepassioneerd verzamelaar van eerste drukken van Vlaamse romans met opdracht van de schrijver. De Oxfam Wereldwinkel belt me zelfs op als er interessante boeken binnenkomen. Via internet koop ik geen boeken, die maken boekhandel kapot. Ik wil die net in leven houden.
Ontdek de boekhandels in Leuven op deze kaart.

Wanneer ben je zelf gebeten door de schrijversmicrobe?
Je wordt geen schrijver, je bent dat. Zoals een schilder, beeldhouwer, componist. Het zit in jou, da’s een talent, een cadeau van de natuur. Het is puur geluk. De vraag is wat je ermee doet, want met talent alleen kom je nergens.
Er is ook vakmanschap nodig, als je iets wil beeldhouwen of schilderen moet je ook eerst de stiel leren. Dat leren ze niet op de academie of het conservatorium. Leren schrijven doe je vaak alleen. Het is een zoektocht die heel wat jaren in beslag neemt. Een zekere drive en ambitie is ook belangrijk. Want een boek uitgegeven krijgen is niet simpel. Zeker als beginnend schrijver. Uitgeverijen krijgen stapels manuscripten en nog meer usb-sticks. Dat is de grootste barrière voor de debutant. Dat lukt niet meteen. Een stevige dosis doorzettingsvermogen en in jezelf geloven is heel belangrijk. En een portie geluk ook natuurlijk. Maar talent drijft altijd boven. Uitgeverijen willen niks liever.
"Le talent c'est avoir envie de faire quelque chose." Jacques Brel

Ik las dat je aan de misdaadreeks begonnen bent na een weddenschap met vrienden?
Dat verhaal klopt niet helemaal. Mijn dochters liggen aan de basis van het ontstaan. We waren samen op reis naar Turkije. Ik wou hen Sagalassos laten zien. Da’s eigenlijk ook deel van Leuven. Met de opgravingen onder leiding van professor Waelkens.
 
Na het bezoek aan de archeologische site zaten we ’s avonds op het terras van ons hotel. Een van mijn dochters merkte op dat heel veel mensen rondom ons aan het lezen waren. En drie vierde ervan las thrillers, misdaadverhalen. Toen kwam de vraag: “Waarom schrijf je niet eens een misdaadroman?”

Daar had ik nog nooit aan gedacht. Ik schreef in die periode enkel non-fictie en ben ook nooit – op een obligate Agatha Christie of Nicci French na – een grote lezer van misdaadromans geweest. Toch bleven mijn dochters aandringen. “Wil je niet of kan je niet?” Ze kregen me zover, tot een weddingschap. Een misdaadroman, voor een fles van mijn lievelingschampagne. Ik stemde in en kreeg nog enkele handicaps: het verhaal moest zich in Leuven afspelen, een vervolg moest mogelijk zijn en ik kreeg slechts een jaar de tijd.

Mijn dochters zijn goede verliezers. Ik krijg nog jaarlijks een fles Veuve Clicquot.

Het loopt storm voor de boekvoorstellingen. In de bib moet je al heel veel geluk hebben om een exemplaar op de kopt te tikken. Hoe verklaar je het instant-succes van de reeks met Thomas Berg?
Het ontstaan van de reeks is dus puur toeval. Wat wel zo was, die figuur van Thomas Berg sloeg onmiddellijk aan. Hij is niet altijd zo sympathiek. Meestal is hij heel bazig naar zijn mannen toe. De commissaris heeft een kort lontje en rare onhebbelijkheden, zoals constant taalfouten verbeteren. Het maakt hem niet meteen mister popular, maar daardoor is hij wel een persoon van vlees en bloed.
Het is ook een vrijgezel, geen gelukkig getrouwde man. Over geluk ben je dadelijk uitgepraat. Over Thomas Berg gelukkig niet. Ik wou een interessante persoon neer zetten. Een goeie kok, wijnkenner, gek op vrouwen, operaliefhebber, verzamelaar van klein antiek zilver, orchideeënkweker. Zo iemand waarmee je uren kan praten.
Daarnaast ken ik veel mensen, een grote vriendenkring en ik geef les in één van de grootste scholen van Leuven, veel leerlingen en collega’s. Dat helpt natuurlijk.  De reeks heeft het vooral van mond-aan-mondreclame.

Waar haal je inspiratie voor jouw verhalen?
Niets is zo moeilijk om een goede plot te bedenken, zeker bij een misdaadroman. Daar moet ik tijd voor nemen. Letterlijk mijn hersenen onder druk zetten, pijnigen. Het komt niet uit de lucht vallen.
En om tot een stevige intrige te komen, werk ik een heel scenario uit. Dat is noeste arbeid, vaak ’s nachts. Ik ben een slechte slaper. In mijn woonkamer in de Chesterfield, met een glas cognac, een sigaret en een klein lampje  tijdens de nachtelijke uren komen vaak de beste ideeën. Maar ik heb geen vast recept.
De actualiteit kan helpen. Ik loop met mijn boeken een paar jaar achter. Nu leeft Berg in november 2015. Die achtergrond vertaal ik naar Leuven.

De stad is een personage in je romans.
Leuven is een heel interessante plek. Ik ken de stad heel goed dat helpt. Mensen kunnen heel veel leren over Leuven. Zelfs mijn covers verwijzen telkens naar bekende en minder bekende plaatsen in de stad.
Toen ik voor mijn eerste roman over Berg research deed, vroeg ik aan de korpschef  naar het aantal moorden in Leuven tijdens één jaar. Die gaf aan dat we alleszins voor Leuven niet in termen van een jaar spreken. Eerder van jaren. Een verdomd slechte locatie voor moordverhalen dus.

 Maar voor mij is het een ideaal decor. Het is enerzijds een provinciegat, maar door de universiteit krijgt Leuven een internationaal elan. Elk seizoen ondergaat de stad een complete metamorfose. Bij aanvang van het nieuwe academiejaar komen er 60.000 studenten bij. En daardoor ook een potentieel kruidvat met een boeiende geschiedenis. Ook de wereldoorlogen bijvoorbeeld die de stad zwaar raakten spelen een grote rol in mijn boeken.

Leuven intrigeert me. De stad is een personage en niet een pure achtergrond. De stad leeft natuurlijk, waardoor sommige passages in mijn boeken verouderen. Maar door een speling van het lot lijken die ook te passen in de wereld van Thomas Berg. Zo speelde Fiere Margriet een belangrijke rol in ‘Dood in december’. Een paar maanden later verhuisde de stad het beeld naar de heraangelegde Dijleterrassen. Pal voor het huis van Thomas Berg.

 
Wie Thomas Berg beter wil leren kennen, kan een boek reserveren in de bib of bestellen in een van de vele boekhandels in Leuven. En zoals gezegd zijn er ook Jo Claes-wandelingen langsheen de locaties uit de boeken met historische uitleg van een stadsgids. Twee vliegen in één klap dus. Tijdens de zomermaanden wordt er een Thomas Berg-quiz georganiseerd. Wie gaat de uitdaging aan om Leuven eens door de ogen van een schrijver te (her)ontdekken?