Menu

Een onbetrouwbare kleuterjuf als hoofdpersonage: een gesprek met Tine Bergen

Tine Bergen is gelukkig. Gezin, de kinderen, maar ook het feit dat ze schrijver is, zijn dingen die haar blij maken. Schrijver is ze eigenlijk al lang, maar het besef een ‘echte auteur’ te zijn, kwam pas later. Toch wist ze van jongs af aan dat ze dit ging doen. “Ik heb drie jongere broers, en soms wilde ik wel even alleen zijn. In een hoek met een boekje, gewoon om van de herrie af te zijn. Ik vroeg me af: waar komen die boeken vandaan? Ze kwamen uit de bib, of uit de boekenwinkel, maar wie schreef ze eigenlijk? Ik dacht: het moet toch fijn zijn dingen te kunnen verzinnen die andere mensen lezen. Ik had al snel een grote woordenschat omdat ik veel las, en ik heb altijd geweten dat ik ooit een eigen boek zou schrijven. Vanuit mijn bubbel, met mijn boeken, ging ik beseffen dat het fantastisch moest zijn om verhalen te kunnen scheppen voor anderen.”
            Ze ging Germaanse studeren, en vervolgens Antropologie. “Ik heb uit beide disciplines mijn voordelen gehaald. Tijdens mijn studies Germaanse leerde ik hoe taal functioneert en hoe verhalen in elkaar zitten. Antropologie leerde me, onder andere, hoe belangrijk verhalen voor mensen zijn, en hoe mensen gemeenschappen vormen door middel van verhalen.”
            Na haar studies schreef ze haar eerste boek, dat ze naar Uitgeverij Clavis stuurde. Voor haar was het een test. “Ofwel lukte het, en ik kon schrijven, of anders niet. Ik had een boek geschreven, zonder na te denken of het voor volwassenen dan wel voor jeugd was. Dat maakte me niets uit. Ik voelde me toen ook nog niet volwassen, niet klaar om af te moeten rekenen met al die zorgen van de volwassen wereld. Ik kon ook niet schrijven over die wereld van volwassenen. Het manuscript ging naar Clavis, en nadat het gepubliceerd werd, een jaar later, kwam het tweede boek. Ondertussen zijn het er vijftien geworden. Eigenlijk durf ik nu pas recent, sinds enkele jaren, beweren dat ik echt schrijver ben.”
            Na een aantal boeken voor jongeren ging ze voor volwassenen schrijven. Ze kwam bij Linkeroever Uitgevers terecht. “De toenmalige uitgever daar, Ronald Grossey, had Zilt gelezen en vroeg dat ik ook iets voor volwassenen deed. Daarna heb ik voor hem verschillende boeken geschreven, en dat doe ik nog, nu bij Vrijdag.”
 
Vissen Praten Niet is een misdaadboek, en voor volwassenen. Flo, het hoofdpersonage, kleuterjuf, wordt door de politie opgepakt in verband met de dood van de vader van een van haar leerlingen, Arthur. Vele vragen over de man en over zijn overlijden blijven onopgelost, zowel voor de politie als voor de lezer. Slechts met stukjes dringt het ware verhaal tot die lezer door. Want Flo, die het verhaal vertelt, is niet helemaal wie ze zelf voorgeeft te zijn. Maar hoeveel van Tine Bergen zit in dat personage?
            “Niet heel veel. Ik probeer altijd op veilig te spelen en afstand te houden tot mijn personages. Al zijn er wel een paar dingen in mijn boeken waar ik persoonlijk mee bezig ben, waar ik bewust mee omga. Toch moet je, vind ik, altijd de nodige afstand houden tussen schrijver en schrijfsel. Ik denk dat schrijven therapeutisch kan zijn. Maar als je wil dat een lezer ook iets aan je verhaal heeft, geloof ik wel dat er een zekere afstand nodig is met waar je over schrijft.”
            “Ik draag Vissen Praten Niet al een hele tijd in mij. Mijn oudste is nu acht, en toen die naar de kleuterschool ging, kwam hij terug met van die verhalen — ik dacht dan: goed dat ouders niet weten wat hun kroost op de speelplaats vertelt. Kinderen van die leeftijd hebben helemaal geen filter. Ze zijn doodeerlijk en vertellen dus alles zoals ze het zien. Anderzijds hebben ze ook geen context, en je kunt dus hun verhalen niet altijd geloven.”
            Precies dat vindt ze interessant. “Daar kan ik wat mee doen, vooral in een misdaadboek. Want ik houd van onbetrouwbare vertellers. Ik houd er ook van de verschillende kanten van het verhaal te vertellen. Wij zijn echter allemaal onbetrouwbare vertellers, en slechte getuigen, maar in een boek verwachten de lezers dat niet. Lezers verwachten dat wat er geschreven staat, ook waar is. Blijkt dat na een tijd niet het geval, dan hebben de lezers het gevoel alsof hun realiteitszin is verraden. Precies met dat gevoel speel ik graag. Want uiteindelijk is iedereen tot liegen in staat.”
            “Ik heb dat verhaal ook een hele tijd met me meegesleurd omdat er altijd iets tussenbeide kwam wat op dat moment belangrijk was. Iets wat voorrang kreeg, een ander boek dat moest geschreven worden en dat ik uit mijn systeem wilde. Tot vorige zomer, toen ik me neerzette en Vissen Praten Niet schreef.”
            Maar met een gezin en twee kleine kinderen was dat niet evident. “Sinds wij kinderen hebben, zoek ik een systeem om te kunnen onderhandelen over mijn schrijftijd. Om die tijd en die activiteit te kunnen afbakenen. Ik schrijf vanuit de buik, zonder veel plannen of schema’s. Ik moet in de flow raken om uit te maken hoe het verhaal werkt. En vorig voorjaar maakte ik al plannen om tijdens de zomer genoeg tijd voor mezelf te scheppen, met kinderen die naar speelkampen konden en zo. Ik wilde overigens ook dat het echt een zomerboek werd, de hele sfeer van vakantie en zee — en dat moest ik dan in het juiste seizoen schrijven. Want tijdens de vakantie tonen wij vaak de mooie kant van onszelf, fysiek en anderzijds. Wij zijn ontspannen en geven onszelf dus wat meer bloot dan anders. Met die idee wilde ik wat doen.”
            Het basisconcept van het boek was: wat doet een kleuterjuf wanneer ze een verhaal van een van haar leerlingen hoort, en niet weet of het waar is. “Dan staat ze voor een moreel dilemma: moet ze ingrijpen of niet? Zelf schrijf ik het makkelijkst wanneer ik bezig ben met dat soort vragen. Die sturen dan het boek. In dit geval is het dilemma: welke waarde hecht Flo aan de woorden van een kind?”
            Maar plannen doet Tine niet, zelfs niet in dit genre. “Nee, het enige wat ik van tevoren weet is het begin en het einde van het boek. Die schrijf ik eerst. Voor de rest plan ik niets. Wanneer alles nog open blijft, word ik voortdurend gemotiveerd om het boek te ontdekken. Anders is de pret van het schrijven helemaal zoek. Want het spannende van het schrijven is nu net dat ik niet echt weet wat er zal gebeuren. Anders is schrijven alleen maar werken. Het is natuurlijk werken, hard zelfs, elke dag, maar het moet een uitdaging blijven.”
 
Guido Eekhaut
 
Vissen Praten Niet van Tine Bergen verscheen bij Uitgeverij Vrijdag.