Dode hoek - Tine Bergen

Dode hoek - Tine Bergen

19 juni 2020

Balance ton quoi

Nele zingt uit volle borst mee met de liedjeslijst die ze de voorbije week zorgvuldig heeft samengesteld. Joris knijpt zijn ogen tot spleetjes. ‘We hebben nog zo’n zevenhonderd kilometer te gaan. Een beetje medelijden met een mens zijn oren, graag.’

Nele steekt haar tong uit. ‘Ik heb je gevraagd welke nummers jij wilde horen. Had je maar moeten antwoorden.’

‘Misschien was dat mijn antwoord. Dat ik niks wilde horen. Zen aan mijn hoofd.’

‘Het is mijn beurt voor de switch! Jij hebt hem al meer dan een uur gehad!’

‘Je kan toch op de iPad spelen?’

‘Nee!’

Nele trekt een wenkbrauw op en kijkt eerst naar haar kibbelende kroost op de achterbank en vervolgens naar haar man naast haar. ‘Zen aan je hoofd zei je toch?’

‘Volgend jaar gaan we gewoon naar Zeeland. Daar is het ook mooi. En rustig.’

‘Toe nu! Dit wordt zo leuk. Het kan gewoon niet anders. Morgen zitten we om dit uur met wijn op een terras. Daar moet je aan denken.’

‘AU! Mama! Karel heeft me geslagen!’ De stem van Felice scheurt het laatste restje balance in de auto aan flarden.

Nele trekt haar benen op en duwt haar voeten tegen het dashboard. Ze leunt met haar voorhoofd tegen haar knieën en kijkt vanuit haar ooghoeken naar de donkerblauwe Peugeot die naast hen rijdt. De kinderen op de achterbank zwaaien. De vrouw aan het stuur rolt veelbetekenend met haar ogen. Nele grijnst terug en zwaait op haar beurt.

‘Kijk! Ze zwaaien naar jullie!’ probeert ze de achterbank tot een wapenstilstand te dwingen.

‘Ik moet plassen!’

Joris doet geen moeite om zijn diepe zucht te verbergen. Het volgende moment gooit hij alle remmen dicht.

‘File!’ Karel duwt zijn hoofd tegen het raampje als zijn ze in een bezienswaardigheid beland.

We zijn de bezienswaardigheid, wil Nele haar zoon uitleggen. Maar ze zwijgt. Ze kunnen inderdaad net zo goed van de nood een deugd maken en mensen kijken.

‘Die meneer moet volgens mij ook plassen!’ Felice wijst op een man met een lang, zuur gezicht, die ondanks de file driftige pogingen doet om zijn voorganger in te halen.

‘Die meneer is druk bezig zijn eigen dood op te zoeken,’ bromt Joris terwijl hij het vergeefse manoeuvre hoofdschuddend bekijkt.

‘We stoppen zodra we kunnen, Felice!’ Nele probeert zo zelfverzekerd te klinken als mogelijk. Ook al beginnen zich al doembeelden van een natte achterbank en een auto met pisgeur op te dringen.

‘Kijk! Honden!’ Haar kroost begint druk te zwaaien naar een stel labradors in de auto achter hen. Opgelucht dat de crisis voorlopig is bedwongen, staart Nele opnieuw uit het raam. De vrouw in de blauwe Peugeot heeft ondertussen een sigaret opgestoken. Ze blaast de rook in korte, driftige trekken uit het raampje dat ze ondanks de hitte naar beneden heeft gerold. Haar schouders zijn hoog opgetrokken. De man naast haar praat met drukke gebaren. De kinderen op de achterbank zwaaien niet meer. Nele tuit haar lippen. Een hand op haar knie haalt haar terug. ‘Wat ben je allemaal aan het denken?’

Nele knikt naar de auto naast hen. ‘Volgens mij hebben ze ruzie.’

‘Heb je het haar verteld?’

Nele zucht. ‘Nee. Ik had je toch beloofd dat ik dat niet zou doen. Al geloof ik nog altijd dat ze het moet weten. Ze is mijn beste vriendin!’

‘Ze zijn ook het gezin waar we de komende twee weken mee op vakantie gaan.’

‘Net daarom!’

‘Net daarom wil je zeker zijn dat de sfeer van bij het begin verpest is?’

‘Hoe kan ik haar elke dag onder ogen komen zonder iets te zeggen?’

‘Wie zegt dat het überhaupt aan jou is om hier iets over te zeggen?’

Nele fronst haar wenkbrauwen. ‘Kristien is mijn beste vriendin. Ze moet dit weten.’

‘Er is een tijd voor alles en alles heeft zijn tijd.’

‘Sinds wanneer klink jij zoals Pinterest? Ik dacht dat dat mijn job was.’

Schokkerig beginnen de rijen auto’s opnieuw te bewegen.

‘Papa! Ik moet NU plassen!’

Vijf minuten later scheuren ze de parking op. Na een blik op de rijen bij de toiletten verdwijnt Nele met haar dochter in de bosjes. De schade blijft beperkt tot een natte sandaal. Nele glimlacht dankbaar naar Kristien die al klaar staat met vochtige doekjes en handontsmetter. ‘Waarom blijft een mens toch denken dat reizen met kinderen ontspannend kan zijn?’

‘Wat moeten we onszelf anders wijs maken?’ Haar vriendin glimlacht. ‘Kom je mee? Ik heb nood aan verse koffie.’

Terwijl Nele een seintje geeft aan haar echtgenoot merkt ze dat Kristien zonder het minste overleg met haar man vastberaden in de richting van het tankstation wandelt.

Nele wisselt een blik met Joris, die zijn schouders ophaalt en gebaart dat hij wel bij Glenn en de kinderen zal blijven.

‘Alles oké?’

‘De vakantie begint. Kan niet beter, toch?’

‘Ik weet het niet. Dit is nu niet het meest plezierige deel van de vakantie.’

The journey not the arrival matters.’

‘Een mens kan niet leven van quote tot quote, Kristien.’

‘Soms vraag ik me af hoe het kan dat ik ooit met die man getrouwd ben.’

Nele probeert haar vriendin letterlijk en figuurlijk bij te benen. ‘Je ziet hem graag.’

‘Dat is inderdaad het probleem. Ik heb hem zo verschrikkelijk graag gezien.’ Peinzend bijt Kristien op haar lip. ‘Liefde en haat, het ligt gevaarlijk dicht bij elkaar. Nog eentje voor op Pinterest.’

Nele opent haar mond, kijkt over haar schouder naar de twee mannen die de kinderen naar het speeltuintje voeren. Het is alsof ze Joris veelbetekenend met zijn hoofd kan zien schudden.

‘Deze vakantie geef ik het nog. Als het daarna niet betert, vraag ik de scheiding aan.’

‘Kristien…’

‘Wat? Zelfs jij begint niet meteen te sputteren dat het een slecht plan is. En dat wil wat zeggen!’

Nele slikt haar antwoord en haar woede in en pakt haar vriendin bij de elleboog. ‘Kom, we hebben koffie nodig.’

Terwijl ze aanschuiven kijkt ze naar haar weerspiegeling in de ruit, zonder ook echt te willen kijken. Die bleke, blonde vrouw met de veel te aanwezige kuiten en het veel te ronde gezicht. Dat is zij. Die brave, betrouwbare, praktische moeder die de helft van haar avonden doorbrengt op Pinterest met het samenstellen van borden over alles wat ze ooit in haar leven nog wil doen. Dat is zij. In haar dromen kan ze nog altijd een strakke, slanke, bruinverbrande amazone zijn. Live your dream zeggen ze toch? Nele zucht. Zo verdomd jammer dat een mens niet van quote tot quote kan leven.

‘Jij hebt maar geluk met die vent van jou.’ Kristien doet geen moeite om de jaloezie in haar stem te verbergen. Terwijl ze terugwandelen kijkt Nele naar hun twee mannen en vier kinderen, die ondertussen de schaduw van een picknicktafel hebben opgezocht. De kinderen zijn over de ene gsm gebogen, de twee mannen over de andere.

Is het geluk dat ze iemand heeft gevonden die bereid lijkt zijn leven met haar te delen? In ruil staat er eten op tafel als hij thuiskomt, wordt zijn was gedaan, zijn afspraken met de tandarts worden gemaakt, verjaardagscadeaus voor zijn ouders worden gekocht tot en met het kaartje voor erbij dat geschreven wordt. En er is de garantie op regelmatige seks.

Zoals zij het bekijkt is Joris de gelukkige. Misschien zijn ze allebei de gelukkige. Alleen voelt dat niet zo.

‘Liefde is een werkwoord,’ antwoordt ze uiteindelijk. ‘Nog eentje die je op Pinterest terugvindt.’

Ze delen drankjes uit aan hun aanstormende kroost. Nele overhandigt haar echtgenoot zijn koffie verkeerd. Met slagroom erbovenop, zoals hij hem graag heeft.

‘Merci!’

Glenn staart ondertussen beteuterd in zijn beker. ‘Je hebt een espresso voor me meegebracht? Je weet toch dat ik dat niet drink?’

‘Heus? Dan zal je zelf iets anders moeten halen.’ Kristien houdt onschuldig haar hoofd schuin. Haar ogen schitteren.

Glenn doet zijn mond open, maar voor hij iets kan antwoorden, geeft Joris hem zo’n stevige klap tegen zijn schouder dat de koffie over zijn handen gutst. ‘Kom, dan gaan we samen snel een nieuwe halen.’

Nele en Kristien staren de mannen na die, elkaar nog altijd heen en weer stompend en veel te luid lachend, naar het tankstation wandelen. ‘Die Joris van jou, hij is te goed voor deze wereld. En hij durft een mens tenminste stevig vastpakken. Die Glenn van mij is een stijve hark. Al helemaal als het over gevoelens gaat.’

Nele tuit nadenkend haar lippen en drinkt van haar koffie die intussen koud is geworden.

Glenn rijdt het volgende stuk, waardoor de blauwe Peugeot nu vooral voor hen uit rijdt. Nele ziet de armen van haar vriendin heen en weer fladderen. Ze glimlacht. Kristien praat altijd meer met haar handen dan met haar mond. En aangezien haar mond al zelden stilstaat, kan dat tellen. Ook de handen van Glenn beginnen nu heen en weer te bewegen. Bezorgd vraagt Nele zich af of Glenn ook nog wel aan het stuur denkt. En aan alle auto’s die rond hem rijden. Glenns arm vliegt naar rechts. Het hoofd van haar vriendin volgt.

Nele zuigt verrast haar adem in. ‘Sloeg hij haar nu net?’

‘Hè? Wat?’ Joris duwt zichzelf wat rechter achter het stuur.

‘Glenn. Sloeg hij Kristien nu net?’

‘Natuurlijk niet. Waarom zou hij dat doen?’

‘Het leek er toch verdacht veel op. Ga eens op het rechterbaanvak rijden. Ik wil haar kunnen zien.’

‘Dan kan je haar nog niet zien.’

‘Jij kan haar dan in elk geval goed zien.’

‘Nele, ik ga niet van vak veranderen omdat jij denkt dat Glenn net zijn vrouw heeft geslagen. Dat is te zot voor woorden.’

Nele werpt een korte blik op de achterbank. Haar kinderen hebben allebei een koptelefoon op en aan hun glazige blik te zien zijn ze overal behalve in deze auto.

‘Jij wil dat ik voor mijn beste vriendin verzwijg dat haar man zijn handen niet kan thuishouden, terwijl God mag weten wat hij precies allemaal met die handen doet,’ bijt ze Joris vervolgens toe. ‘Het minste dat je kan doen is nu van vak veranderen.’

De rimpel op Joris’ voorhoofd wordt zo diep dat Nele er haar vinger kan tussenleggen, maar hij verandert wel van baanvak. De rechterbaan is beduidend trager, dus het duurt even voor ze weer ter hoogte van de blauwe Peugeot zijn.

‘Ze huilt!’ Nele en Joris staren allebei naar het betraande gezicht van Kristien dat tegen het zijraampje leunt.

‘Dat betekent nog niet dat hij haar geslagen heeft.’

‘Het is niet oké.’

‘Hoe bitsig zij hem behandelt is ook niet oké.’

‘Misschien heeft ze er haar redenen voor.’

‘Misschien heeft hij ook zijn redenen.’

‘Om toe doen wat ik hem heb zien doen? Ik mag hopen dat hij er zijn redenen voor heeft. Heel goede redenen. Denk jij dat ze goed genoeg kunnen zijn?’

‘Ik denk dat het er weinig toe doet wat ik denk.’

‘En toch zwijg ik. Omdat jij denkt dat dat het beste is.’

‘Je weet best dat dit het beste is. Anders zou je niet zwijgen. Je zwijgt heus niet alleen omdat ik dat van je vraag.’

Het is Neles beurt om haar gezicht tegen het zijraampje te laten leunen. Ze voelt de tranen prikken en perst koppig haar lippen op elkaar. Deze vakantie gaat leuk zijn. Deze vakantie moet leuk zijn! Deze vakantie zullen zij en Joris eindelijk de draad weer echt oppikken. Ze zullen veranderen van de geoliede huishoudmachine die ze nu zijn in het liefdevolle koppel dat ze zolang geweest zijn. Voor er kinderen, huisvuil en bemoeizuchtige grootouders zijn komen tussen drijven. Want op een of andere manier zullen die allemaal verdwijnen zodra de Franse zon op hen schijnt. Life is what happens while you are busy making other plans. Was dat niet wat Pinterest haar vorige week nog in het gezicht had geschreeuwd?

Nele trekt aan haar broek. Ondanks de hitte heeft ze toch voor een lang exemplaar gekozen. Haar benen waren te wit, had ze geantwoord toen Joris er vanmorgen iets van zei. Hij had niet gevraagd hoe ze dacht dat haar benen bruiner gingen worden als de zon er niet aankon. Hij had haar evenmin gevraagd om een rokje aan te trekken, zoals hij vroeger wel eens deed, zodat hij haar benen kon bewonderen. Hij had niet begrepen dat dat de boodschap was die ze met haar lange broek bij dertig graden wilde geven: zeg dat je mijn benen wil zien. Zeg dat je ze mooi vindt. Nele zucht, knijpt haar ogen dicht en trekt nog maar eens aan de natte stof die tussen haar billen kruipt.

De parking waar ze stoppen voor een middagpicknick is afgeladen vol. Ze eindigen op een stukje verdroogd gras tussen de hondendrollen en de rokers. Neles sandwich met kaas is platgedrukt tot een klef korstje. De kinderen zeuren om ijs. Glenn en Kristien zeggen beiden geen woord. Tegen niemand. Joris werpt Nele een veelbetekenende blik toe. Hij hoeft de vraag die erbij hoort niet uit te spreken. Waarom wilde je dit ook alweer doen?

Nele wil hem toebijten dat dit zijn idee was. Hij en Glenn hadden dit maanden geleden voorgesteld tijdens een van hun uitjes met z’n vieren. Ze hadden het enthousiast gehad over om de beurt uitslapen en koken. Over samen op het terras en in het zwembad. Over kamperen zodat er meer budget was om langer te blijven. Het was de perfecte aanvulling op de weekendjes weg die ze nu al deden met z’n achten. Op de uitstapjes naar pretparken en dierentuinen. Op de lome zomerdagen aan zee. Dat ging toch altijd geweldig? Zorgden de mannen er dan niet telkens voor dat de vrouwen qualitytime hadden terwijl zij met de kinderen gingen surfen of zwemmen of tien keer de achtbaan deden?

Het had allemaal zo goed geklonken, toen. Maar wat klonk er niet goed na vijf glazen rosé? Dat was nu eens een wijsheid die je nooit op Pinterest tegenkwam. En natuurlijk had Nele toen ook gedacht aan het telefoontje dat ze een half jaar geleden in de Efteling had gekregen. Een wildvreemde vrouw had het nummer gebeld dat zij twee uur eerder op de arm van haar zoon had geschreven. Want een mens wist immers nooit. Karel had zijn enkel gebroken. En geen van beide vaders die op hem ging letten was blijkbaar in de buurt. Achteraf hadden de mannen een hele uitleg over drinken kopen en lange wachtrijen. Natuurlijk had Nele die uitleg vreemd gevonden. Maar ze had het voorval weggeduwd naar het achterste hoekje van haar hoofd. Wat moest een mens anders met vervelende gedachten?

Samen met Kristien verzamelt Nele even later de laatste lege flesjes. ‘Kristien. Is alles een beetje oké?’

Haar vriendin propt de flesjes in een vuilnisbak die al overvol zit. Alles stroomt er weer uit. Haar vriendin vloekt.

‘Kristien?’

‘Ik haat hem. God, wat haat ik die man!’ Kristien rent naar de auto. Tot aan haar enkels tussen de lege chipszakjes, ingedeukte flesjes en volle pampers kijkt Nele. Naar haar wegvluchtende vriendin. Naar de lachende mannen. De kibbelende kinderen. Heel even schiet de gedachte aan het Pinterestbord dat ze voor deze reis heeft gemaakt door haar hoofd. Aan de foto’s van glazen pastis en witte stranden. Spelende kinderen met water dat parelend over hun borst glijdt. Ze heeft het bord geen titel durven geven. Zo slim is ze in elk geval wel geweest.

Het is Kristien die verder rijdt. De Peugeot volgt gedwee in hun spoor. Tussen haar wimpers door staart Nele naar haar man. Joris rijdt altijd. Niet omdat hij dat wil. Omdat zij dat niet wil. Want zo is Joris. Zorgzaam. Toegewijd. Nuchter. Hij heeft even zorgzaam, toegewijd en nuchter naar haar paniekerige verhaal geluisterd, toen ze een paar weken geleden was thuisgekomen van een avondje stappen met collega’s. Ze waren in een bar beland waar Nele nog nooit naartoe was gegaan. Een bar waar ze nooit naartoe zou zijn gegaan zonder die collega’s. Het was gezellig geweest. Meer dan gezellig. Tot ze een bekend gezicht had gezien in de menigte.

Glenn had haar niet gezien. Daarvoor ging hij veel te veel op in zijn gesprekspartner. Ze leken wel letterlijk aan elkaar vastgezogen. Nele had haar gsm bovengehaald en een foto genomen. Zodat ze zeker kon zijn dat ze zich dit niet verbeeldde. Ze had de foto die vrijdagnacht meteen aan Joris laten zien. Want natuurlijk had haar man haar niet geloofd.

‘Glenn valt niet op mannen! Hoeveel heb je gedronken dat je denkt dat gezien te hebben?’

Pas toen Nele hem de foto onder zijn neus had geduwd, had Joris gezwegen en echt geluisterd. Ze waren allebei voor het gemak vergeten dat Joris duidelijk helemaal niet verbaasd was over het feit dat Glenn vreemdging.

‘Ik weet niet wat zeggen. Ik weet het echt niet.’ De krop in Joris’ keel was duidelijk te horen geweest. Joris had haar vastgepakt en Nele had haar gonzende hoofd maar wat graag op zijn schouder gelegd.

‘Ik moet het Kristien vertellen. Ik moet haar nu meteen bellen.’

‘Nele, je bent dronken en het is midden in de nacht.’

‘Kristiens man bedriegt haar met een andere man. Ze moet dit weten.’

‘Je kan het haar morgenvroeg ook nog altijd vertellen. Is dit trouwens niet iets dat je haar beter persoonlijk vertelt?’

Nele had zich laten overtuigen. En de volgende morgen had Joris nieuwe argumenten klaar.

‘De man kan niets doen aan zijn geaardheid, Nele.’

‘Wel aan hoe hij daarmee omgaat.’

‘Dus hij moet zijn vrouw verlaten, zijn gezin opblazen voor iets wat hij misschien nog maar net ontdekt heeft over zichzelf? Iets waarvan hij misschien nog niet eens zeker is?’

‘Hij moet eerlijk zijn. Dat is wel het minste dat Kristien verdient.’

‘Misschien verdient Kristien net de genade om het niet te weten.’

‘Ik zou het willen weten.’

Joris had zijn schouders opgehaald en gezwegen.

En ook Nele had gezwegen. Ze had zich opnieuw laten overtuigen. Ze had overtuigd willen worden.

Er wordt getoeterd achter hen. Ze kan zien hoe Kristiens auto plots over het wegdek zwalpt. Haar vriendin klampt zich vast aan het stuur in blinde paniek. Glenn maakt wilde gebaren naast haar.

‘Ruzie maken midden op de snelweg. Ze zouden toch beter moeten weten,’ bromt Joris naast haar. ‘Een ongeluk is zo verschrikkelijk snel gebeurd. Al helemaal met al die vrachtwagens die ertussen rijden. De kracht van de dode hoek moet je niet onderschatten.’

‘Hoe kan je rekening houden met iets wat je niet hebt zien aankomen?’ Nele gaat rechtop zitten en kijkt haar man aan.

Joris trekt een wenkbrauw op. ‘Je weet gewoon dat er altijd zaken zijn die je niet kan zien aankomen.’

‘Je kan toch niet je hele leven op je hoede zijn? Dat houdt toch geen mens vol?’

‘Je zit toch niet je hele leven achter het stuur op de snelweg in de file naar Zuid-Frankrijk?’ Joris schudt geïrriteerd zijn hoofd. Nele wil haar hand op zijn knie leggen, maar ze durft niet. In plaats daarvan kijkt ze opnieuw in de achteruitkijkspiegel, naar de strakke gezichten in de blauwe auto achter hen.

‘Bij de volgende stop vertel ik het Kristien.’

‘Nele …’

‘Ik meen het. Zo kan ik niet op vakantie gaan. Ik heb een hekel aan geheimen. Ze heeft het recht om dit te weten.’

‘En jij hebt het recht om hun vakantie te verpesten. Gebaseerd op één moment dat je hebt gezien. Zonder context. Zonder dat je ook maar iets gedubbelcheckt hebt.’

Nele knijpt haar ogen dicht en luistert naar de riedel die Joris de voorbije weken met regelmaat over haar heeft uitgestort. Of ze die verantwoordelijkheid wel wil? Of ze wel goed weet waar ze aan begint? Of ze wel zeker is van wat ze heeft gezien?

‘Ik heb het gecheckt!’ Ze brult het door de auto. De kinderen trekken verbaasd hun koptelefoons van hun oren.

Joris kijkt in de achteruitkijkspiegel en schuift een baanvak op. Ze moeten de afrit nemen.

‘Ik heb het gecheckt,’ herhaalt Nele nu op rustigere toon.

Een week na het voorval in de bar was ze naar haar vriendin gereden. Ze moest iets doen. Als Joris vond dat één foto niet voldoende was om een gezin uit elkaar te rukken, dan moest ze meer te weten komen. Bovendien, had Nele geredeneerd, wilde het lot dat ze dit deed. Haar vriendin was immers niet thuis. Een zieke Glenn wel. Hij had de pot kippensoep die Nele als excuus meehad gretig aangenomen. Ze had niet zo lang moeten wachten voor Glenn naar het toilet moest en zijn gsm op tafel liet liggen. De code bleek de geboortedatum van zijn oudste kind te zijn. Haar metekind! Nele had de berichten opengeklikt en ze had niet lang moeten zoeken naar bewijs. De dickpicks rolden al snel over het scherm. Het was zo cliché geweest, de gal had in haar keel gebrand. Tot haar blik was blijven hangen bij één specifieke foto. De klap die zij met al haar doemdenken en plannen B toch niet had zien aankomen.

‘Hij bewaart foto’s van al zijn veroveringen. Zijn heel eigen wall of fame. Dat soort verzamelingen zie je nu nooit op Pinterest.’ Nele snuift.

Joris schudt zijn hoofd en schuift agressief nog een baanvak op. De toeters en middelvingers zijn niet van de lucht. Nele kijkt naar haar kroost dat met de koptelefoon weer op naar een beeldscherm staart.

‘Maar ik veronderstel dat je dat wel weet. Van die foto’s. Jij staat er immers ook tussen.’

Joris opent zijn mond. Sluit hem weer. Heel even kijken ze elkaar aan terwijl hun auto naar het laatste vak opschuift.

Ze zien hem geen van beiden aankomen. De felgele vrachtwagen die aan een snelheid van 120 kilometer per uur over hun levens dendert.