Menu

Op de huid van de soldaat

Leestip van Hilde Devoghel redacteur, schrijfster

Op de huid van de soldaat

Achter elk graf van een oorlogsveteraan gaat een verhaal schuil. Het verhaal van Louis Boghe, die bij de start van de tweede wereldoorlog krijgsgevangene was, bleef zoals dat van vele veteranen jaren verscholen.
Zijn zoon Willy Boghe las het pas na de dood van zijn vader. In een schrift met linnen kaft vond hij een ontwapenend en eerlijk relaas terug van de twintigjarige krijgsgevangene. Dat relaas is nu te lezen in het boek: ‘Louis Boghe, oorlogsdagboek van een minderjarige boerenzoon.’
 
Willy Boghe deed opzoekingen, sprak met getuigen, trok naar het krijgsgevangenenkamp en confronteerde het dagboek van zijn vader met de historische feiten. Zelf ontcijferde ik het handgeschreven dagboek van Louis en maakte er, met respect voor het origineel, een vlottere getuigenis van. Het resultaat is een boek met 90 documenten en foto’s en ontelbare anekdoten en namen van makkers van Louis Boghe uit Bierbeek én Limburg.  
 

Wat maakt het boek interessant voor jong en oud? Het gaat om een verslag van minuut tot minuut van een jonge man die je voor je ogen ziet volwassen worden. Als lezer zit je letterlijk op de huid van de soldaat, je ervaart de oorlog uit eerste hand, je leeft mee met de honger en dorst van Louis en je ontdekt samen met hem de waarde van de vriendschap. Zijn makkers en zijn roots zijn enorm belangrijk. 
 
Louis Boghe is 20 als hij de achttien-daagse veldtocht vanop de eerste lijn meemaakt. In zijn dagboek noteert hij nauwgezet de chaos van de eerste dagen van de Tweede Wereldoorlog in België. ‘Enkele keren werden we die nacht opgeschrikt door hevig artillerievuur. De vlammen waren goed zichtbaar. Vreselijke uren waren het. Mijn gedachten waren bij thuis. Ik vroeg me af waar die schoten insloegen. Misschien in Bierbeek of in andere plaatsen die me dierbaar waren. Later vernam ik dat het om Leuven en omgeving ging…’ Van de oorspronkelijke 120 man die Louis’ Batterij in de Ardennen bij de start van de oorlog op 10 mei 1940 telde, bleven er na 6 dagen nog slechts 30 over.
 
Op 28 mei 1940 wordt Louis krijgsgevangene. De Duisters trekken met de duizenden gevangenen op boten via Nederland naar Duitsland. Louis komt na een ellendige treinreis in kamp Ziegenhain terecht. De ontbering is er schrijnend maar de boerenzoon, met een passie voor muziek, blijft positief. En is al snel volwassen.
 
‘De volgende morgen werd ik in gebroken Frans aangesproken door een Pool, Igor. Of ik van hem geen brood wou kopen. Toen ik hem zei dat ik geen geld had, stelde hij voor om mijn horloge af te geven. Verteerd door honger verkocht ik de polshorloge die ik voor mijn plechtige communie gekregen had.’
 
Na een tijdje worden de gevangenen als ‘kriegshilfe’ ingeschakeld. Louis komt ondermeer bij een boer in Rainrod terecht. Boer Lippert en zijn familie zijn goed voor hem maar ze lopen daardoor later een veroordeling door de autoriteiten op. Een krijgsgevangene mee aan tafel laten eten mocht bijvoorbeeld niet. De veroordeling vind je trouwens terug in het boek, net zoals foto’s van de boerenfamilie vroeger en nu.
 
Louis bleef maandenlang zonder nieuws over zijn familie. De postkaarten van het Rode Kruis die hij mocht versturen waren maanden onderweg en werden gecensureerd.
Hij verlangde naar huis, naar het leven in Bierbeek, de kermissen, de fanfare en de muziek. Louis Boghe kon trompet spelen zoals geen ander. Tijdens de oorlog krikte hij met een aftandse Duitse trompet het moreel van de soldaten op. Als hij eindelijk terug op Bierbeekse grond stapt en met eigen ogen ziet dat Bierbeek niet kapotgeschoten is, kan zijn geluk niet op. De spek met eieren die zijn zussen hem klaar maken smaken hem ongelooflijk lekker.
 

 
Leestip van Hilde Devoghel redacteur, schrijfster
Deel deze tip:

Reactie toevoegen

Filtered HTML

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • E-mail- en internetadressen worden automatisch aanklikbaar.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Image CAPTCHA
Type de code over in bovenstaand veld.

Reacties